Gevonden in een voorlichtingscentrum van een Nederlandse gemeente: een foldertje
bestemd voor jonge meiden (van 11 jaar volgens de folder) met
expliciete uitleg over veilig vrijen, voorbehoedmiddelen, plaatjes van
geslachtsdelen. Inclusief ‘straat‘-vocabulair.
Normaal
in Nederland sinds de jaren tachtig. Maar niet normaal voor ouders uit
een islamitische cultuur. Die weten niet wat ze lezen en zien met angst
en beven hun dochters naar school gaan. En het voorlichtingscentrum
wordt verboden terrein.
Integratieprobleem? Nee, vindt Kim. Eerder een marketingprobleem.
Marketingprobleem? Gaat dat dan samen, welzijnswerk en marketing?
Jazeker, vindt Kim. De kern van marketing is immers dat je door de ogen van(potentiële) doelgroepen kijkt om hun behoeften te kennen en zo succesvol mogelijk je eigen product of dienst bij hen aan te bieden.
Zo
bekeken is er geen verschil tussen de verkoop van organisatieadvies of
administratieve dienstverlening – om maar eens twee marketinggedreven
activiteiten te noemen – en het leveren van kinderopvang,
jeugdhulpverlening of integratiebeleid. Of seksuele voorlichting.
Voor opvoedingsprofessionals ontwikkelde K!M een workshop waarin het principe door-de-ogen-van-de-ander centraal staat.
En
het werkt: je bereikt meer allochtone ouders met opvoedkundige
ondersteuning en bereikt je doelen als je je aanbod beter op hen
afstemt.
